Wat doe je als na een zwaar jaar de zomervakantie aanbreekt en je die als drukbezette ouders graag samen met je opgegroeide kroost wil doorbrengen? Simpel. Je boekt vier vliegtickets naar Marokko, huurt een auto en vertrekt voor een relaxte zwerftocht van drie weken. Van Marrakech naar Casablanca, over Ouarzazate met een tussenstop in Essaouira. Resultaat: een onvergetelijke reis en quality time à volonté.
Tekst: Griet Byl
Als we landen in Marrakech, staat de thermometer op 52°. Zelfs voor hier is dat uitzonderlijk heet. Voor Mathias en Arthur – respectievelijk 20 en 14 - is het hun eerste contact met Afrika. De schok is groot, ze worden er stil van. Gelukkig wacht de koelte van Riad Soumaya, even buiten de stad, waar we de eerste nachten zullen doorbrengen. Na een verfrissende duik in het zwembad vinden ze hun tong terug. Het is dan ook een prachtig plekje, een koele oase van rust en stilte, waar we door de Belgische eigenares Vera als koningen ontvangen worden. De volgende ochtend trekken we de stad in en bezoeken onder andere de Medersa Ben-Youssef, de Koranschool waar eeuwen geleden tot 900 leerlingen ingewijd werden in de leer van Allah. De jongens kijken stomverbaasd naar de piepkleine cellen en vragen zich af hoe je hier kon studeren. In de soeks willen ze vervolgens babouches kopen, het eerste onderdeel van hun Marokkaanse outfit die al naargelang de vakantie vordert alsmaar vollediger zal worden. Op het Jemaa-el-Fna plein ontdekt de jongste een slangenbezweerder, maar het wordt te heet en dus zoeken we de koelte van de Majorelle tuin op, waar we verbroederen met een jong stel landgenoten dat de weg is kwijtgeraakt. ’s Avonds dineren we in stijl in de Foundouk, een sprookjesachtig restaurant met een uitstekende kok en een mooie wijnkaart. De vakantie is begonnen.
Plaatselijk Hollywood
De volgende dag laten we de wriemelende stadsdrukte achter ons en rijden zuidwaarts. Reisdoel: Ouarzazate, de poort naar de Sahara. Daarvoor moeten we eerst de Atlas over, mijn man haalt zijn hart op als hij de auto over de smalle wegen tussen de indrukwekkende bergen stuurt. We stoppen in een onooglijk dorpje om lamsbrochetten te eten. “Cola”, zeggen mijn zonen als een jongen van hun leeftijd vraagt wat ze willen drinken. Die moet hij vervolgens gaan halen in een minuscuul maar propvol winkeltje aan de overkant. Terwijl we eten let een piepklein meisje op onze auto, alsof dat nodig zou zijn. Ik geef haar een paar dirhams en krijg zowaar een echte omhelzing.
Na zes uur rijden komen we aan in Ouarzatate. We nemen onze intrek in hotel Le Zat dat een erg hoog seventies gehalte heeft en waar koning Mohamed VI levensgroot achter de balie hangt. Rond het zwembad zitten jonge Frans-Marokkaanse families die vakantie houden in het land waar hun ouders vandaan komen. Badpakken zie je hier niet veel, de mama’s blijven uit het water. Maar gezellig is het wel. Later, in het centrum vinden we evenmin veel buitenlandse toeristen en de weinigen die er wel zijn, komen meestal hun woestijntrip voorbereiden. Ouarzazate ligt immers aan het begin van de Sahara en veel tochten beginnen hier. Daarvoor zijn we deze keer echter niet gekomen. We bezoeken de kasba van Taourirt. Een parel in zijn genre. Kasba’s zijn gebouwd om te beschermen: tegen het weer, het stof, de wind, de warmte, plunderingen en de vijand. De verhalen van onze gids over de pasja, zijn vrouwen en de ‘téléphone berbère’ spreken tot de verbeelding en hetzelfde geldt voor het uitzicht doorheen de getraliede ramen. De jongens fotograferen het om beurten.
We rijden ook nog naar de Atlas Corporation filmstudio’s. De stad staat immers bekend als het Marokkaanse Hollywood. “Maximus Maximus”, scanderen de boys en hun vader terwijl ze in de brandende zon tussen de achtergelaten decorstukken dwalen. Hier werd immers The Gladiator opgenomen, net zoals Kingdom of Heaven, een draak van een film, maar wat een setting. Grappig overigens om midden in Marokko een tempel en een rij sfinksen uit de oudheid tegen te komen… De filmindustrie heeft trouwens nog een neveneffect. De dieren die in de producties moeten opdraven, worden ook hier in de streek gekweekt en verzorgd. We zoeken zo’n kweker op en terwijl we over de prijs onderhandelen, krijgt onze gids Babakar een telefoontje dat hij de volgende dag veertien dromedarissen moet leveren. Uiteindelijk neemt hij ons mee voor een dromedarisrit van twee uur doorheen de voorlopers van de woestijn. Het beest van Mathias wil enkel blaadjes eten en dat van Arthur weigert onze koers te volgen. We lachen heel wat af, zeker als ik met zadel en al bijna van mijn rijdier glijd. Dat het hele stadje om de filmindustrie draait, blijkt ook ’s avonds, als we gaan eten in Le Phoenix. Hier komen de filmploegen van de nabijgelegen studio’s pauzeren en de inwendige mens versterken. En gelijk hebben ze. Je vindt hier niet alleen Marokkaanse specialiteiten, maar ook Italiaanse gerechten. “Dat komt omdat de baas vroeger een restaurant had in Milaan”, aldus de ober. Lekker is het in elk geval. En van op het schitterende terras kijk je eindeloos uit over het Afrikaanse landschap met tegen de achtergrond het enorme paleis van de gouverneur. Een prachtig schouwspel in de avondschemering. Ter afsluiting likken we nog een ijsje op het grote plein naast de soeks, waar autochtone jongens en meisjes elkaar steelse blikken toewerpen en mijn twee stoere gasten doorheen de hoofddoeken speuren naar vrouwelijk schoon. Ze worden groot, zoveel is zeker.
Beschaving is vermenging
Tijd om verder te trekken. Essaouira wacht. De kids zijn allebei doorgewinterde surfers en daarvoor is het stadje ten noorden van Agadir de perfecte plek. Er staat immers het hele jaar door een stevige wind, de Taros. Het is er dan ook iets minder warm dan in de rest van het land, een hele verademing na de hitte van het binnenland. Essaouira is een tijdloze stad, met witte huisjes en een schitterende medina die niet voor niets tot het werelderfgoed van de Unesco behoort. Ze ligt op de grens tussen twee stammen: de Arabisch sprekende Chiadma en de berberssprekende Haha. Die culturele mix, de ideale locatie aan zee en het dynamisme van de bewoners maakt het tot een bevoorrechte plek voor kunstenaars. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk als je een bezoek brengt aan het musée Boujemâa-Lakhdar, even buiten de stad. De kunstenaar die een paar jaar geleden overleed, schiep zijn hele leven lang kleurige, diepmenselijke en ietwat naïeve werken die sterk aanspreken.
Omdat we hier wat langer willen blijven, hebben we een appartementje gehuurd, aan de sqala van de Kasbah, vlak aan zee. Als ik de luiken opengooi, kijken we recht op de oceaan. “Wauw”, klinkt het eenstemmig. Dit is een magische plek. Heel snel laten we ons inpalmen door het relaxte ritme van de stad. Elke ochtend ga ik met een koffie de krant lezen op het terras van Café de France en haal ik croissants bij Driss, een zalige bakker die al generaties lang zijn stadsgenoten van brood, patisserie en overheerlijke ‘pastillas’ voorziet. Ons appartement ligt boven de wirwar van passages waar de ambachtslui hun ateliers en winkeltjes hebben: juwelen, kleren, maar ook veel houtwerk in thuyahout. De jongens sluiten vriendschap met de buren. Die zijn half Berber en half Toeareg en verkopen tijdens het seizoen de juwelen die hun vrouwen vervaardigen. Arthur en Mathias gaan er elke dag muntthee drinken en een waterpijp roken. Ze leren hoe ze een tulband moeten knopen en luisteren naar de vele verhalen van de twee neven. Een wereld van verschil, en toch hebben ze elkaar gevonden. Elke dag gaan we eten kopen in de soek – je hebt er hier verschillende, eentje voor vlees, eentje voor groenten, eentje voor juwelen, enzovoort. Mijn veertienjarige zoon onderhandelt met de venters alsof hij nooit iets anders gedaan heeft. Ik kook met de ingrediënten die ik vind, ook als ik ze niet ken, en ontdek dat de wortelen hier heerlijk smaken. Alcohol halen we in ‘la patisserie’ waar geen gebak en geen vrouw te bespeuren valt. Flessen worden in krantenpapier gewikkeld en verdwijnen discreet onder de andere boodschappen. In een winkeltje onder de stadspoort kopen we cd’s van Ali Farka Touré, zowat de beste gitarist van Afrika. Zijn muziek wordt de soundtrack van onze verdere vakantie. In de hoofdstraat geraken we aan de praat met een kleermaker die naarstig witlinnen djellaba’s stikt. “Het voelt zalig”, aldus Arthur als hij net als zijn broer de zijne aantrekt. Ze zien er nu allebei uit alsof ze hier geboren en getogen zijn, op hun haar en ogen na dan toch.
Om te surfen rijden we om de andere dag naar Sidi Kaoki. Een paradijsje op aarde. In het houten huis van de Duitse eigenaar Felix kun je surflessen boeken, planken huren en heerlijke slaatjes eten op het terras. Het strand is enorm en de golven perfect. Tussen het surfen door sluiten de jongens vriendschap met Wesal, een meisje uit Marrakech dat hier op vakantie is met haar ouders. In bikini, oef, ik ben niet de enige. Ze zullen mailen. Ondertussen vraag ik me af hoe het moet voelen om met kleren en een sluier aan te zwemmen.
Een van de laatste avonden blijven we plakken in Il Mare, een restaurant annex cocktailbar met een romantisch terras en uitzicht op de oceaan. Je kunt hier heel lekkere vis en… pizza eten. Er is bovendien live muziek en een dj. We discussiëren haast een uur met de uitbaatster die vol vuur over haar land en stad vertelt. Om de avond af te sluiten trakteren we onszelf nog op een sapje bij Taros – waar ze trouwens ook heerlijke cocktails hebben – en luisteren naar het Afrikaanse groepje dat het beste van zichzelf geeft. Zo glijdt de tijd voorbij en de achtste dag klimmen we voor het laatst naar ons dakterras, voor een ultieme blik op de haven in de verte en de oceaan aan onze voeten.
Play it, Sam
Onderweg naar Casablanca komen we terecht in een andere wereld. Gammele vrachtwagens volgestapeld met kratten, ezels en karren op de weg, kippen in het benzinestation. En overal drukke marktjes, in een onbeschrijflijke chaos. De jongens weten niet waar ze eerst moeten kijken.
Casablanca blijkt een stad met vele gezichten. Er is in de eerste plaats het oude koloniale gedeelte dat stilaan wegdeemstert en waar je enkel vergane glorie vindt. Daarnaast is er de oude medina, een druk doolhof waar je onmiddellijk verloren loopt. We stoten op een place de la Belgique en proberen de weg te vragen. Dat blijk minder eenvoudig dan gedacht. Als bij toeval staan we opeens op de grote boulevard langs de oceaan. We ontdekken een Rick’s Café – een Amerikaans initiatief - dat wel erg stijlvol is maar toch niet echt aan Bogey doet denken. We drinken er wodka en piña colada. Later bewonderen we de Moskee van Hassan II. Die is even indrukwekkend als de Sint-Pietersbasiliek in Rome en staat op een perfect symmetrisch plein. Jammer genoeg blijkt hij minder goed tegen de tand des tijds bestand… daar zal het klimaat en de ligging wel voor iets tussen zitten. Veel Marokkaanse koppeltjes poseren romantisch voor een kiekje met de zee op de achtergrond. Als het donker wordt, schuiven we aan in La Sqala, een mooi restaurant dat is ondergebracht in een oude burcht. Je eet tegen de achtergrond van een klaterende fontein op ingelegde tafeltjes. Op het menu: landelijke Marokkaanse gerechten en heerlijke sapjes. Geen alcohol.
Dag twee trekken we naar de nieuwe medina, ook wel le quartier des Habous genoemd. We picknicken op een bankje en vergapen ons aan de ontelbare winkeltjes met juwelen, stoffen en antiek. En kruiden zoveel je maar wil. Verrassend genoeg zijn alle huisjes hier kraaknet witgekalkt. En toch voelt het authentiek. Het koninklijk paleis ligt vlakbij, zo blijkt. ’s Avonds rijden we langs de eindeloze Corniche. Die heeft wel iets van La Croisette in Cannes, maar dan met gesluierde in plaats van schaars geklede vrouwen. We eten met onze voeten in het water, in Ma Bretagne, het restaurant van een Normandische (en dus geen Bretoense) chef pal aan de oceaan, waar we getrakteerd worden op een sterk staaltje Franse gastronomie. De laatste dag brengen we door op het volksstrand, waar tenten in plaats van strandcabines staan en hele families met reuzengrote picknicks verorberen. Op de terugweg zien we de voorbereidingen voor een moussem, een soort van jaarlijkse bedevaart ter ere van de plaatselijke beschermheilige. De paarden en de kamelen staan al klaar, het wordt een drukte van jewelste. We zullen het niet meer meemaken, want morgen vliegen we huiswaarts. Maar ooit komen we terug. Inchallah…
Ernaartoe
Royal Air Maroc. Tel.:+32 02 219 30 30. www.royalairmaroc.com. Brussel-Marrakech (HT): vanaf € 217. Elke donderdag kun je op de site van RAM terecht voor uitzonderlijke aanbiedingen en grote kortingen. De tarieven verschijnen om 00u01 en je kunt kopen tot 23u59. Kijk onder ‘Les Bonnes Affaires du Jeudi’.
Verblijf
Marrakech
- Riad Soumaya. Tweepersoonskamer vanaf € 180. Km 10, route de l’Ourika. Al Haouz. Tassoultant. www.riadsoumaya.com. Nieuwe, comfortabele riad met Belgische eigenaars. Prachtige tuin, mooi zwembad, heerlijke gastentafel.
- Riad Tchaikana. Tweepersoonskamer vanaf € 90. 25, derb El-Ferrane, Marrakech. Tel.: +212 5 24 38 51 50. www.tchaikana.com. Elegante riad midden in de medina gastvrij uitgebaat door een Belgisch koppel.
Ouarzazate
Le Zat. Tweepersoonskamer vanaf € 35. Ait Kdif, BP 39 Ouarzazate. (te boeken via booking.com). Correct hotel met zeer vriendelijk personeel. Zwembad.
Essaouira
- Jack’s Appartments. Mooie appartementen en kamers per dag aan zeer interessante prijzen (je hebt al een appartement voor vier personen vanaf € 85 per dag). Jack's Kiosk. 1, Place Moulay Hassan, Essaouira. Tel. +212 5 24 47 55 38. www.jackapartments.com.
- Villa Maroc. Kamers vanaf € 95. 10, Rue A. Ben Yassine. Essaouira. Tel. +212 24 47 61 47. www.villa-maroc.com. Kleinschalig hotel in een prachtige riad. Restaurant. Hamam. Massages en schoonheidsverzorgingen.
Casablanca
Gîte Nadia. Tweepersoonskamer vanaf € 81. Km 13,5 RP1 Casa El Jadida. Tel.: +212 5 22 65 03 42. www.gitenadia.com. Comfortabele kamers met airco, buiten de stad. Vriendelijke ontvangst, zwembad.
Leuke plekjes
Marrakech
- Le Foundouk. 55 rue Souk El Fassi-Kat Bennahïd. Tel.: +212 5 24 37 81 90.
- 16 Café. Place du 16 novembre (Guéliz). Tel.: +212 5 24 33 96 70.
Ouarzazate
Restaurant Phoenix. Rue de l’ONEP. Tel.: +212 5 24 88 83 13.
Essaouira
- Taros. Place Moulay Hassan. Tel.: +212 5 24 47 64 07. www.taroscafe.com.
- Il Mare. 43 Rue Yamen Scala. Tel.: +212 5 24 47 64 17. ilmare@menara.ma.
- La Licorne. 26 Rue Scala. Tel.: +212 5 24 47 36 26.
Sidi Kaouki
Sidi-Kaouki Surfclub. Vlak aan het strand. Groot houten huis waar je surflessen kunt volgen, materiaal huren en lekkere, eenvoudige gerechten kunt eten. Open van maart en oktober. De Duitse eigenaar Felix leidt alles in goede banen. Een heerlijke plek. sidi-kaouki.com.
Casablanca
- La Sqala. Boulevard des Almohades. Tel. +212 5 22 26 09 60.
- A ma Bretagne. Boulevard de l’Océan Atlantique. Tel. +212 5 22 39 79 79. www.amabretagne.com.
- Rick’s Café. 248 Boulevard Sour Jdid. Place du Jardin Public. Ancienne Médina. Tel.: +212 5 22 27 42 07. www.rickscafe.ma.
Info
- Marokkaanse dienst voor toerisme. Louizalaan 402, 1050 Brussel. Tel.: +32 2 646 63 20. tourisme.maroc@skynet.be. www.marrakech.travel
- Le guide du routard, Maroc. Hachette 2009.
Formaliteiten
Paspoort, nog minstens drie maanden geldig na aankomst.