Van sommige plekjes op deze aardbol heb je een postkaart in je hoofd: hagelwitte stranden, wuivende palmbomen en een azuurblauwe zee, met hier en daar een schattig wit schuimkopje in de verte. Barbados, tussen de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan, is daar een van. Toen er dus op een koude herfstdag vorig jaar een uitnodiging in de bus viel voor de eerste editie van het Food, Rum & Wine Festival dat in november op het eiland plaatsvond, moest Genieten geen twee keer nadenken alvorens zijn koffertje te pakken. Wat volgde, was een exotische week op een eiland dat ook wel eens ‘little England’ wordt genoemd, vanwege de ontegensprekelijk sterk aanwezige Angelsaksische invloed uit het koloniale verleden. Zelfs het ‘Bajan’, de nationale taal, heet hier ‘broken English’, sinds lang voor de song van Marianne Faithfull geschreven werd. Verslag in een paar highlights… Tekst: Griet Byl / Fotografie: Nathalie Willems
Girls on the Beach. Natuurlijk zijn de stranden op Barbados, het meest oostelijk gelegen Caribische eiland, hagelwit en idyllisch (hoewel ze in feite kleiner uitvallen dan je zou denken). Heel veel (Amerikaanse en Canadese) toeristen komen er dan ook hun zonnebatterijen weer op laden en nogal wat rijke en bekende wereldburgers zijn hier kind aan huis. Je vindt ze meestal in St James en St Peter; Oprah Winfrey en Richard Branson hebben er naar verluidt een buitenverblijf. En verder verschuilen die happy few zich nogal eens in het exclusieve Sandy Lane Hotel, het allermooiste maar ook allerduurste van het eiland. De beste plekjes voor zonnekloppers vind je aan de westkust die – logisch – ook het meest toeristisch is: de stranden van Accra en Mullins Bay zijn mooi, maar ook vaak druk en vol.
Surfin’ surfin’… Watersportliefhebbers zullen hun hart ophalen: op Barbados kun je volop duiken en snorkelen in het heldere water. Aan spots en scholen geen gebrek. Surfers moeten in Bathseba aan de Atlantische oostkust zijn, in de ‘soup bowl’. Beginners proberen best de zuidelijke kust waar ze goeie – maar iets minder heftige – golven vinden.
Boottochtjes zijn ook een leuke manier om de omgeving van het eiland te verkennen. Je kunt inschepen voor dagvullende catamaran cruises, hoofdzakelijk langs de westkust. Meestal word je opgehaald aan je hotel, onderweg zijn er diverse stops en activiteiten (zoals snorkelen en zwemmen met de gigantische waterschildpadden). Tijdens het hele traject zijn alle drankjes gratis en ‘s middags krijg je een lekkere lunch geserveerd; om 16 uur trakteert de kapitein zelfs op thee en cake. De bemanning is in de meeste gevallen bijzonder vriendelijk, er wordt reggae gedraaid en de sfeer onder de opvarenden zit er dik in. Alsof je op een geslaagde, uitbundige schoolexcursie bent.
Wie het graag wat rustiger en authentieker heeft, moet zeker naar de uiterste noordelijke punt van het eiland rijden. Die oogt heel Atlantisch, met hoog opspattende golven die tegen de donkere klippen te pletter slaan. Een heel leuk plekje om ze te bewonderen is de omgeving van de Pirates Bar, in St Lucy, bij de Animal Tower Cave. Strijk neer op het terras en bestel een drankje terwijl je de omgeving in je opneemt. Tegen de muren hangen allemaal naamkaartjes van bezoekers en het plafond is beplakt met bankbiljetten uit de hele wereld (het oudste dateert uit 1961, reken zelf maar uit wat voor fortuin er dus moet hangen).
Mother nature. Maar ook wie niet van water houdt, zal zich op Barbados vergapen aan het gulle natuurschoon. Het eiland telt meerdere weelderige botanische tuinen, grotten, natuurmusea, enzovoort. Mis zeker Orchid World niet, een plek met een collectie van meer dan 20.000 verschillende soorten orchideeën. Ook Harrison’s Cave mag niet op je programma ontbreken. Het unieke grottenstelsel waar ontsnapte slaven zich volgens de legende schuilhielden in de hoop op een beter leven, omvat een indrukwekkend geheel stalactieten en stalagmieten.
Een prima manier om de belangrijkste hoogtepunten van Barbados te bezoeken, is je inschrijven voor een eilandsafari. Het toeristische gehalte ligt hoog, maar je krijgt wel een goed overzicht van de verschillende ‘parishes’ ofte parochies, elk met hun eigen gezicht. Wie liever de tijd neemt, kan het eiland met of zonder begeleiding per fiets of te paard verkennen.
Eat, drink… Meer en meer mensen reizen om de smaak van een land te ontdekken, zoveel is zeker. En dan ben je in Barbados aan het juiste adres. Net zoals de bevolking is de keuken van het eiland een kleurige mengelmoes van verschillende kooktradities, waarbij de Amerikaanse en de Caribische invloed in elkaar overvloeien. ‘Bajan cuisine’ wordt gekenmerkt door veel kruiden en pikante sausjes. Groene banaan en (heel lekker!) casave worden overal bij geserveerd; de hoofdgerechten bevatten vaak flying fish (de nationale specialiteit) of kip. Op zondag maakt elke mama haar ‘macaroni pie’ en op Independance Day (die op 30 november wordt gevierd) wordt ‘conkie’ klaargemaakt. Dat is een soort van broodpudding met kaneel, gestoomd in een banaanblad.
Het aanbod goeie restaurants op Barbados is verrassend groot en veelzijdig. Dat kom onder andere omdat nogal wat Amerikaanse, Canadese of Europese chefs op Barbados een tweede thuis vonden. Zo ook de Canadese Mark Degruchy die Café Luna uitbaat, waar hij een creatieve fusion keuken serveert. “Ik geraak snel verveeld als ik altijd hetzelfde moet doen”, lacht hij. “Dus verander ik vaak het menu”.
Als je wilt proeven hoe de Barjans doordeweeks eten, moet je zeker een keer stoppen langs de weg bij een van de vele stationcars die als een soort van mobiele lunchpakketten rond de middag opduiken in de buurt van grote bouwwerven. Ze verkopen meestal gebakken rijst, kip en bonen: simpel, maar lekker.
… and a bottle of rum. Barbados was een Britse kolonie en dat zul je geweten hebben: er wordt links gereden, polo en cricket gespeeld en er is zelfs een streek die Schotland wordt genoemd. De grootste van de ontelbare kerken (meer dan 360 vaste en een niet nader bepaald aantal tijdelijke) zijn Anglikaans. De trotse bevolking is trouwens diep gelovig, elke van de elf parishes waarin het eiland bestuurlijk is ingedeeld, draagt de naam van een heilige. Toch is dit duidelijk West-Indisch gebied, met zijn suikerrietvelden en rumshops: naast elke kerk vind je er minstens twee, “to keep the spirits together” aldus onze gids. “To be drunk is a state of mind”, citeert hij een plaatselijk gezegde. Aan drank dan ook geen gebrek op Barbados: het lokale Banks beer is lekker en verder is er natuurlijk de beroemde Mount Gay Rum. Het is de oudste rum ter wereld die sinds 1703 gedistilleerd wordt in het noorden van het eiland. In het prachtige St Nicholas Abbey te midden van weelderig tropisch groen kun je het voormalige plantershuis bezoeken: het is prachtig gerestaureerd en doet verrassend Engels aan, met zijn twee openhaarden. Je vraagt je af wanneer ze die ooit konden aansteken, gezien de hitte buiten. Naast het huis ligt de distilleerderij waar je ingewijd wordt in de geheimen van het gegeerde brouwsel op basis van suikerriet, met natuurlijk de obligate proefsessie achteraf.
Reggae, man. Naast stranden, lekker eten en rum telt het eiland een paar leuke en vooral kleurige stadjes waar je op je gemak kunt rondslenteren. De levendige hoofdstad Bridgetown kan bogen op een druk winkelcentrum, een vrolijk nachtleven en wriemelend volle straten waar jong en oud door elkaar rond kuieren. Speightstown is dan weer een fijn stadje aan de westkust. Ooit was het een drukke haven, nu pronkt het met de sporen van zijn verleden. Je vindt er nogal wat oude typische huizen uit het koloniale tijdperk en zelfs een kunstgalerij. Let op de terugweg op de zogenaamde ‘chattel houses’: piepkleine huisjes uit het slavernijtijdperk. Deze houten stulpjes – hutten bijna – konden verplaatst worden, als de slaven die ze bewoonden van eigenaar veranderden. Vandaag getuigen ze enkel nog van een ver en bewogen verleden op een eiland dat resoluut vooruitblikt op de toekomst, zonder zijn roots te vergeten.
Rum, food & wine festival
Omdat Barbados wil benadrukken dat het meer te bieden heeft dan strand- en watervertier alleen, organiseerde het vorig jaar in november voor het eerst het Rum, food & wine festival. Drie dagen lang stond het hele eiland in het teken van lekker eten en drinken op niveau. Er werden diverse workshops en proeverijen georganiseerd op diverse – vaak historisch en toeristisch belangrijke - locaties, opgeluisterd met de aanwezigheid van de allerbeste (hoofdzakelijk in de States bekende) chefs. Grote namen als Tom Colicchio, Rob Feenie, Marcus Samuelson, Ming Tsai, Anthony Giglio en de Texaan Tim Love kwamen hun kunnen demonstreren. Onze favoriet was de bijzondere Brit Fergus Henderson. De man is in feite architect van opleiding, maar schoolde zich om tot self made cook. Hij lag aan de basis van de ‘nose to tail’ cuisine waarbij echt alle stukken van het product worden verwerkt en opgegeten (dus ook de organen en de staart). Hij runt in Londen het be-sterde St John’s restaurant en bereidde in Barbados een origineel maar doodsimpel gerecht op basis van… hart. Zijn devies? “Cooking: feel the force, you’re a jedi knight.” In 2011 vindt het Festival plaats van 18 tot 21 november 2011. Meer info op www.foodwinerum.com.
Praktisch
Ernaartoe. Tot dusver is er geen rechtstreekse vlucht vanuit Brussel naar Bridgetown. Vliegen doe je met British Airways, vanuit Amsterdam Schiphol of Londen Gatwick. Info & boekingen via www.ba.com. Ter plaatse kun je gebruikmaken van de prima busdiensten of een witte ‘minivan’ nemen. Die pikken overal passagiers op en stoppen waar gewenst.
Verblijf. Genieten verbleef in het Hilton in Bridgetown dat op een kwartiertje van het stadscentrum aan het strand ligt. Op en top Amerikaans en ontworpen volgens de geijkte formule van ‘all-in’ resorts. Alle comfort op de spic & span kamer (zelfs gratis wifi, wat in leisure hotels niet altijd het geval is). Verschillende restaurants en zeer uitgebreid ontbijtbuffet. Licht animatieprogramma (grappig om vakantievierende Amerikanen tijdens het happy hour Denvers ‘Country Roads’ te horen kwelen tegen de achtergrond van de blauwe zee) en leuke strandbar. www.hiltoncaribbean.com/barbados/
Goed om te weten. Alle praktische en achtergrondinformatie vind je op de handige website van het Verkeersbureau van Barbados in Nederland www.visitbarbados.nl. Barbados heeft een tropisch klimaat, wat betekent dat je er het hele jaar door naartoe kunt; ‘s zomers is het soms onaangenaam warm. Van december tot april regent het het minst. Barbados ligt aan de rand van de orkaanzone, maar het eiland heeft er al geen meer gehad sinds 1955. De lokale munt is de Barbados dollar (een US-dollar = 2 Barbados-dollar). In Barbados wordt links gereden. Eventjes wennen, zeker op de smalle wegen van het eiland. Vergeet geen universele stekker mee te nemen of je kunt geen enkel Belgisch toestel ginder gebruiken. Als je op de luchthaven in Barbados rum koopt, laat die dan zeker verzegelen of hij wordt aangeslagen tijdens je overstap in Gatwick. The Rough Guide to the Caribbean is een uitstekende handleiding om je bezoek voor te bereiden.