Voor de West-Afrikaanse kust liggen, als achteloos uitgestrooid door Gods hand, tien eilanden in de Atlantische Oceaan. Het ene is al drukker of bekender dan het andere, maar ze hebben elk een eigen gezicht en een eigen verhaal. En allemaal bieden ze een bedwelmende cocktail van Afrikaanse roots en koloniale invloeden met een hoog Caraïbisch gehalte. De perfecte bestemming voor een rondje eilandhoppen. Genieten pikte er een paar uit...
Tekst: Griet Byl / Fotografie: Nathalie Willems
Sal: zon en water
Van de tien eilanden is Sal het drukst bezochte. Dat is geen toeval: het heeft prachtige stranden en is, doordat het er vaak waait, het mekka voor al wie van (kite)surfen houdt. Geen wonder dat de toeristische infrastructuur hier aan een gestage opmars bezig is. Veel zonnekloppende toeristen komen hun resort amper uit, wat jammer is, want het eiland is zeker een uitgebreid bezoek waard. Een prima kennismaking wacht je tijdens een eilandtour. Die boek je ofwel in je hotel, ofwel via een gespecialiseerd bureau. Zelf krijgen we het nummer van een plaatselijke gids, Mamadu, die ons een dag lang op sleeptouw neemt in zijn gepimpte pick-up en zijn eiland door en door kent. Hij toont ons de mooiste plekjes en geeft tekst en uitleg als we hem honderduit vragen stellen.
Onderweg naar Palmeira stoten we op de uitgedoofde vulkaan Monte Leon, zowat de enige berg van betekenis op het platte Sal. Het contrast tussen de staalblauwe lucht met hier en daar een Magritte-wolkje en de roodbruine vulkaan tegen de achtergrond van de witgekopte oceaan is ronduit prachtig. Als we in het piepkleine haventje Palmeira aankomen, lijkt het alsof we op het Afrikaanse continent zijn terechtgekomen. Op de markt brengen vissers hun versgevangen waar aan de man, de kleurige huisjes blinken in de hete middagzon en in het dorpsschooltje joelen de kinderen als we ons fototoestel bovenhalen. Maar het beroemde oog van Bucona wacht: in de onpeilbaar diepe kloof kun je op bepaalde momenten van de dag het water in het zonlicht zien glinsteren. Voorzichtig kijken we over de rand... als je erin valt, geraak je er nooit meer uit. De golven rond de zwarte rotsen zijn enorm en vooral verraderlijk, zoals fotografe Nathalie aan den lijve mag ondervinden. Mamadu schatert het uit en brengt ons na een ommetje langs zijn thuisstad Espargos naar het dorpje Pedra de Lume. Hier woonden de eerste inwoners van Sal, dat zijn naam dankt aan het zout dat er gewonnen werd. Het uitzicht op de zoutpannen is ronduit adembenemend: ze schitteren in pasteltinten met aan de andere kant de felblauwe oceaan, omringd door zwarte bergen. Mits betaling kun je zelfs baden - lees: drijven - in een van de pannen, douche achteraf inbegrepen. Ik denk aan de vroegere inwoners en hun eindeloze gezwoeg als ik een laatste blik werp op de oude kabelbaan die niet meer gebruikt wordt, maar surrealistisch herinnert aan het verleden van deze plek. Terug in het gezellige stadje Santa Maria strijken we neer op het centrale pleintje voor een verfrissende margarita in het Cultural Café. Overal zitten jongeren met hun computer te surfen. De wifi op het plein is gratis, zo blijkt.
Santiago: suikerriet en geschiedenis
Last minute hebben we een excursie geboekt naar Santiago, een van de benedenwindse (zuidelijke) eilanden van de archipel. Met een piepklein vliegtuigje vliegen we in het gezelschap van een beperkt internationaal groepje in amper een uur naar het eerst bewoonde eiland van de archipel. Die dankt zijn naam aan de Groene Kaap, de meest westelijke punt van het Afrikaanse vasteland in Senegal, leren we. De Portugezen vestigden zich in 1462 op Santiago en al snel speelde het eiland een sleutelrol in de slavenhandel tussen Europa en de nieuwe wereld. Vandaag woont zowat de helft van de Kaapverdische bevolking op Santiago. Onze eerste stop is de hoofdstad Praia. Na een blik op het versterkte fort en de kazerne - waar de vrouwelijke rekruten eigenaardig genoeg veel meer verdienen dan de mannen - zakken we af naar het centrale plein. Het is er een drukte van jewelste: jong en oud zitten broederlijk naast elkaar, ook hier vaak met de computer op schoot. Onze gids - een vrolijk Kaapverdisch meisje dat verrassend openhartig vertelt over de armoede en de hoop die haar land kenmerken - dropt ons op de plaatselijke markt. Ook hier krijg ik het gevoel dat ik ergens in Zwart-Afrika rondloop. De kleurig geklede vrouwen met hun karakteristieke tulbanden dragen dozen op hun hoofd en baby's op hun rug, niemand spreekt Engels of Frans, maar iedereen lacht ons vriendelijk toe. Nooit zoveel verschillende soorten en vormen van maïs gezien. Die wordt onder andere gebruikt in het nationale gerecht, cachupa, stevige kost met bonen zoals tijdens de veelvuldig aangeprezen lunch zal blijken. Later in de bus zien we de schoolkinderen voorbijlopen: keurig in uniform, met een T-shirt en... jeans, de meisjes allemaal met een skinny-versie. Raar om vast te stellen dat ze zelfs hier voor die mode gezwicht zijn, zeker als je weet dat 11% van de bevolking geen water heeft. Televisie hebben ze wel allemaal: om 21u stipt verdwijnt iedereen van straat om naar Braziliaanse telenovelas te kijken.
We slingeren door de bergen - wat een contrast met het vlakke - en bezoeken de San Felipe burcht in Cidade Velha. Het panorama op de oceaan is ook hier prachtig. Beneden in het drukke stadje werden de slaven verhandeld, ze kwamen uit Afrika en werden verscheept naar Brazilië. Als we de burcht verlaten, speelt in het barretje aan de ingang Verdi's slavenkoor, gevolgd door een vrolijk stuk Creoolse muziek. Het contrast kan moeilijk groter. In het koloniaal ogende stadje beneden dat terecht kandidaat is voor de Unesco-lijst, slenteren we door de karakteristieke 'Banana street', de eerste Europese straat in West-Afrika. Als we vervolgens uitblazen op het plein, lees ik over de nog steeds aanwezige schandpaal waaraan de slaven bij wijze van straf vastgebonden werden. Als een symbool van universele onmenselijkheid. Weer in de bus vertelt onze gids over het nationale fruit: Kaapverdië telt minstens twintig soorten mango's, diverse variëteiten van bananen en zure appels. We herinneren ons de gevleugelde uitspraak van chauffeur Mamadu: "It looks like an apple, it smells like an apple, it's called an apple, but it isn't an apple"... Ze hebben een bijzonder gevoel voor humor, die goedlachse Kaapverdiërs.
We eten in Domingos, verscholen in de bergen. Tegen de vruchtbare, groene flanken liggen de huizen van de rijken. "Tijdens het regenseizoen regent het hier twintig minuten en dan wordt het weer warm, dus alles kan goed groeien", aldus onze gids terwijl ze ons uitlegt dat onze lunch 'sabi' (lekker in het creools) zal zijn. We geloven haar op haar woord.
De andere acht
En dan zijn er nog de andere acht Kaapverdische eilanden. Je hebt São Vicente met zijn hoofdstad Mindelo, het culturele hart van de archipel. De stad staat bekend om haar uitstekend bewaarde koloniale architectuur en haar pittoreske markt. Hier woont de beroemde zangeres en nationale trots Cesária Evora. Op Santo Antão wachten typische dorpjes als Cova, Paúl en Ribeira Grande. Dit eiland heeft een rist van contrasterende landschappen in petto voor zijn bezoekers, met diepe dalen, groene valleien en bergtoppen in het noorden en een indrukwekkend maanlandschap in het zuiden. Hier produceren de Kaapverdianen hun nationale grogue, een pittig drankje met flink wat alcohol dat bij elke gelegenheid (en in grote hoeveelheden) gedronken wordt. Een absolute aanrader is het vulkanische Fogo, met zijn hoofdstad São Filipe. Hier kom je vanwege het natuurschoon en de zwarte lavavelden. Op Boavista mag Curralinho, het mooiste strand van de Kaapverdische eilanden, niet op je lijstje ontbreken. Ook surfers komen hier aan hun trekken. En wie van feesten houdt, moet zeker het eiland bezoeken voor het Baia das Gatas Festival dat zowel nationaal als internationaal bekendheid geniet. Op Santa Luzia is er niet echt sprake van toerisme en het vrij onbekende San Nicolau is de uitgelezen plek voor wandelaars en trekkers. Op het tot voor kort vergeten en platte Maio ontdek je rustige duinen, eindeloze stranden en zoutpannen. Brava - het kleinste bewoonde eiland - tot slot beschikt amper over toeristische infrastructuur maar is de perfecte plek voor trekkers die hier dagen kunnen rondzwerven, ergens tussen de Afrikaanse lucht en de Atlantische golven...
Ernaartoe
Met Jetairfly vlieg je in ongeveer zes uur van Brussel naar Sal. Vluchten vanaf € 199,99 per traject. Een all-in vakantie in een van de ruime RIU Clubhotels (RIU Garopa of RIU Funana) kan vanaf €1114. Meer info en reservering bij je vertrouwde reisagent, op www.jetair.be of via www.riu.com.
Verblijf
Genieten logeerde in het RIU Garopa hotel op het eiland Sal. Het grote hotel ligt aan het strand en vlakbij het stadje Santa Maria en biedt het gebruikelijke comfort van een vijfsterren all-in resort, met meerdere zwembaden, verschillende restaurants en een animatieprogramma voor jong en oud. www.riu.com
Beste reistijd
Op de Kaapverdische eilanden is het gedurende het hele jaar warm en zonnig, wat het tot een populaire winterzonbestemming maakt. Houd er wel rekening mee dat januari en februari de winderigste maanden zijn, vooral op Sal en Boavista.
Goed om te weten
Als je op eigen houtje een tour op Sal wilt maken, neem dan contact op met taxichauffeur & gids Mamadu via mamaduseidi@live.fr. Eilandtour met Mamadou, taxichauffeur en gids (+238 99 4 15 90). Van december tot maart is het winderig op Sal en Boa Vista, op de andere eilanden veel minder. Voor begeleide tours kun je terecht bij Vista Verde Tours. Dit kleine ecologisch geïnspireerde excursiebureau organiseert rondritten op het eiland (groepen van maximum acht personen, 36 euro per persoon). www.vista-verde.co. Ook in je hotel kun je meestal wel excursies boeken. Onze Santiago-trip bijvoorbeeld reserveerden we een dag op voorhand ter plaatse via de Jetair-hostess. We betaalden ongeveer € 200 voor het vliegtuig, de bustrip, lunch en gids inbegrepen. Jetair heeft in zijn aanbod overigens verschillende rondreizen op de Kaapverdische Eilanden.
Roadbook
Cape Verde Islands, Aisling Irwin & Colum Wilson, uitgegeven bij Bradt. Handige reisgids opgedeeld per eiland met alle do's & dont's per eiland.
Schrijf nu in voor onze nieuwsbrief