In 2011 viert Italië de 150ste verjaardag van zijn eenmaking. Een mooi excuus om af te zakken naar de altijd charmante laars, en meer bepaald naar Turijn, de eerste hoofdstad van het eengemaakte land: de stad van Pininfarina, Lavazza en Nutella. En van Fiat natuurlijk, het automerk dat met zijn emblematische Cinquecento geschiedenis schreef. Genieten kreeg twee dagen lang een hemelsblauw exemplaar van het allernieuwste model ter beschikking om in stijl de leukste plekjes af te schuimen: 48 uur om letterlijk en figuurlijk van te smullen... Tekst: Griet Byl
Bij de hoofdzetel van de Fiat-groep, in de Lingotto-wijk, net buiten het centrum, mogen we onze blauwe topolino, zoals de Cinquecento hier liefkozend genoemd wordt, gaan ophalen. En voorwaar, hij is prachtig, in Azurro Volare (zo heet de blinkende kleur die perfect combineert met de bruinleren zetels). Voor we naar het centrum rijden, brengen we eerst een bezoek aan het winkelcentrum en de Pinacoteca Agnelli in de oude Fiat-fabriek. Een straf voorbeeld van industriële architectuur, dat gebouw. De auto’s werden er in een verticale productieketen gefabriceerd, na elke etappe gingen ze een verdieping naar boven. Uiteindelijk kwamen ze op de testpiste op het dak terecht. Die wordt weliswaar niet meer gebruikt, maar ze ligt er nog steeds. Je hebt er een indrukwekkend 360°-uitzicht op de stad en de omringende bergen. Rond de middag steken we over naar het gigantische Eataly, een plek zoals je die alleen in Italië kunt vinden en een tempel voor de slow food beweging. Hier draait echt alles om eten: 11.000 m2 vol eersteklas kwaliteitsproducten. Er zijn zeven (!) restaurants, een pizzeria, en nog een stuk of wat cafés. Jong en oud komen hier ’s middags lunchen, in een ongedwongen en relaxt sfeertje. Voor een zeer schappelijke prijs bovendien, want voor pakweg 12 euro heb je een bord verse pasta, brood en water à volonté en een glas frisse witte wijn. Snel, gezond en overheerlijk. Al die aanlokkelijke etenswaren kun je bovendien ter plaatse kopen en mee naar huis nemen.
Pleintjes en winkels
Daarna is het tijd om naar het historisch centrum te rijden en te zien wat onze blauwe muis in petto heeft: het karakteristieke geluid van de motor verovert meteen mijn Alfa Romeo-hart. Onderweg ontdekken we het spiksplinternieuwe Automuseum dat zijn deuren opende op 17 maart; het gebouw op zich loont al de moeite, in zijn futuristische blauw-grijze bekleding. We stoppen even in het Parco del Valentino, waar de locals op zondag komen kuieren, en bewonderen het Castello Valentino. Vandaag is hier de architectenschool ondergebracht. Geen wonder dat ze hier oog hebben voor schoonheid... We parkeren ons blauwe schatje op een minuscuul plekje (handig, zo’n zakformaat). Pleintjes en kerken te over hier. Op de statige Piazza San Carlo genieten we van de zon en de espresso bij het historische Caffé Torino. Binnen wacht een oogstrelend assortiment patisserie, uitgestald in een lange toog, met aan de kassa een hoogblonde Italiaanse matrone. Maar we zeggen stoïcijns neen en gaan etalages kijken in de Via Roma. In de Via Garibaldi stoten we op een officiële Juve-winkel. Voetbal en Italianen, natuurlijk. Verderop trekt het uitstalraam van patissier Tamborini onze aandacht. We kopen een portie Giandujotti, een soort van plaatselijke pralines op basis van chocolade, noten en suiker. Want Turijn is – denk aan Ferrero en Nutella – de hoofdstad van de chocolade. Nog even langs de Via Accademia delle Scienze en het Egyptische museum en we scheuren (enfin, we rijden op zijn Italiaans) terug naar het hotel. Later zijn we te gast in Ristoranti Urbani, waar ons– standaard – een fabelachtige hoeveelheid antipasti wordt voorgeschoteld: vitello tonato, mozarella di buffala, mortadella, tonno sott’olio, noem maar op. Als ik daarna beleefd probeer uit te leggen dat ik genoeg heb, zegt de vriendelijke ober dat ik toch wel tenminste de risotto moet proberen. En vervolgens de tagliata. Ik vraag wijselijk om een slaatje van artisjokken... Gelukkig is er grappa, dat verteert.
Paleizen en kerken
De volgende ochtend zetten we koers naar Superga, in de heuvels boven de stad. Hier komen de Italianen tijdens de zomer verkoeling zoeken. De weg om het heiligdom te bereiken is bochtig en steil, maar onze Fiat neemt elke draai scherp en moeiteloos. De basiliek zelf bestaat uit een kerk en de graftomben van de vorsten van Savoye. Vreemd ge-noeg zijn de muren versierd met gekroonde doodshoofden. Een luguber grapje van de kunstenaar om de vluchtigheid van het leven te benadrukken, aldus onze gids. In het naburige klooster wonen nog drie broeders, allemaal boven de tachtig. Ze baten 25 gastenkamers uit waar je het hele jaar door voor een prikje kunt logeren. Perfect voor wie de stadsdrukte even wil ontvluchten. Als we weer beneden in de mooie Galleria Sabauda binnenstappen, lonkt het Sfashion Café: we zijn meteen weg van deze kitschy plek. De met een fikse knipoog ingerichte bar annex restaurant blijkt oe te behoren aan Piero Chiambretti, een bekende Italiaanse televisie-acteur. We beginnen onze namiddag op de Piazza Castello – het drukke hart van de stad. We zien we het Palazzo Madama, de San Lorenzo-kerk en het Palazzo Reale. Ik ga een kaarsje branden in de kerk aan de Via della Consolate: veel goud, marmer, krullen en... jonge biddende mensen.
Onderweg naar de Mole Antonelliana die de skyline van de stad domineert en waar het interessante Filmmuseum is ondergebracht, ontdekken we bij wijze van ultieme verrassing: een winkel vol vespa’s van alle tijden, allemaal piekfijn en minutieus gerestaureerd in alle kleuren van de regenboog. Er zit zelfs een Paul Smith-versie tussen en het meisje in de winkel is haast nog mooier dan de geëxposeerde modellen. “De Schepper heeft Italië gemaakt naar ontwerpen van Michelangelo”, las ik ooit ergens. En dat was een grote estheet, zoveel is zeker.
Ernaartoe. Brussels Airlines vliegt zes keer per week vanuit Zaventem naar Turijn. Via Milaan (dat op 140 kilometer ligt) kan eventueel ook. Info & tickets: www.brusselsairlines.com
Overnachten. Genieten logeerde in het NH Lingotto, een viersterrenhotel dat ondergebracht is in de voormalige Fiat-fabriek. De lobby en de ruime kamers hebben een hoog vintage gehalte, met hun groene vloertapijt en bruine houten muren. Smaakvolle details zoals de kersenhouten lambrisering, de originele ramen van de fabriek die van vloer tot plafond lopen creëren net als de centrale Tuin der Wonderen met zijn overdekte glazen gang een heel bijzondere sfeer. Uitstekende bedden, tv (geen flatscreen, maar een gewone, zalig!), wifi, minibar en kluis. Stijlvolle zithoek, veel licht en een originele schrijftafel. Vriendelijke ontvangst, uitgebreid ontbijtbuffet. Als je aperitieft in de bar, krijg je er een hele resem hapjes bij. Aan de andere kant van het gebouw ligt het modernere broertje, NH Lingotto Tech, helemaal in dezelfde geest, maar strakker ingericht. www.nh-hotels.com
Eten & drinken
• Ristoranti Urbani. Corso Moncalieri 74. Tel.: +39/1-16.60.22.11.
• Eataly. Via Nizza, 230/14, Lingotto. De slow food winkel is geopend van dinsdag tot en met zondag van 10u tot 22u (op maandag gesloten). De restaurants zijn geopend van 12u tot 15u uur en van 19u tot 22u. www.eataly.it
• Sfasion Café. Via Cesare Battisti 5. Tel.: +39/1-15.16.00.85.