Vanuit de heilige vallei van de Inca's tot aan de stranden van Mancora, via het zuiden van het Amazonebekken. Kroniek in drie tijden van een trip door een land dat elke verbeelding tart.
Reportage: Filip Matisse
De dag voor ik weer naar huis ga, kijk ik vanuit mijn hotelraam in Lima dromerig naar de zwevende parapenters boven het Larcomar, het ultramoderne winkelcentrum van Miraflores. In hun tomeloze vlucht lijkt het of de gevleugelde mannen veranderen in condors. Ze grijpen me vast met hun klauwen en nemen me mee. We vliegen boven het Altiplano... Op 3400 meter hoogte boven de zeespiegel, op een duizendtal kilometer ten zuidoosten van Lima sta ik opeens weer in Cuzco, de oude hoofdstad van het Incarijk en denk ik terug aan de hoogtepunten van ons bezoek aan de heilige vallei.
De eenkleurige hemel van Cuzco lijkt op een doek van Yves Klein en de zorgvuldig geplaveide straten vormen een geordend dambord. Toen de Conquistadores binnenvielen, probeerden ze elk spoor van de Inca's te wissen, maar de massieve rotsblokken van de oorspronkelijke gebouwen zijn nog steeds intact. Wonderbaarlijk. De Santo Domingo-kerk moest al twee keer gerestaureerd worden, maar Qoricancha, de zonnetempel, doorstaat de tand des tijds moeiteloos. Hier in Cuzco is waar het allemaal begon. De legende wil dat Manco Capac en zijn zuster-echtgenote Mama Occlo – de twee eerste Inca's - hier halt hielden omdat de gouden staf van Manco helemaal in de aarde verdween en het land dus vruchtbaar genoeg was om een stad te stichten. Zo ontstond Cuzco, wat navel betekent in het Quechua, het centrum van het Inca-rijk. Dat strekte zich tijdens zijn hoogdagen uit van Colombia tot Argentinië en Chili, over Ecuador, Peru en Bolivia.
De erfenis van de Inca's
Het is nog vroeg. Op de Plaza de Armas komen we de eerste straatventers tegen. Ze zijn dik ingeduffeld in hun poncho, met hun wollen muts (de 'chullo') ver over hun oren getrokken. Om ons lichaam de kans te geven zich aan te passen aan de hoogte en hoogteziekte te vermijden, zijn we hier twee dagen neergestreken. Dat is zeker geen luxe. Ondanks de cocathee die we drinken om onze hartkloppingen tot bedaren te brengen, doen we er meer dan een uur over om langs de straatjes van San Blas – de hippe buurt van Cuzco – naar boven te klimmen. In de buurt van de kerk wijst een vrouw met een hoge witte 'mestieshoed' (een teken van haar sociale rang) ons de weg naar de Pacha Papa, waar onze gids Pavel ons verwacht. De Pacha Papa is een restaurant dat bekendstaat om zijn aardappelen (papa), zijn alpacavlees en zijn geroosterde... Guinese biggetjes. Dit gerecht is vaak te zien op de schilderijen van de Escuela cusquena die hier furore maakte. Je ziet het bijvoorbeeld op Het Laatste Avondmaal dat in de kathedraal hangt. Een vreemd tafereel. Op het doek maken Jezus en zijn apostelen zich klaar om zo'n big te verorberen onder het delen van een chicha (gegist maïsbier). Nog een heiligschennend detail: Judas heeft de trekken van Pizarro...
Als we de omgeving van Cuzco doorkruisen tot Pisac, ontdekken we dat de Inca's elk stukje grond benut hebben. Ze bouwden vestingen en tempels op duizelingwekkende hoogte, legden terrassen aan om gewassen te verbouwen en bedachten ingenieuze irrigatiesystemen die vandaag nog steeds werken. In Maras bezoeken we zoutvelden die ontstaan zijn uit een vulkanische rivier. Volgens de legende zou een ontevreden god de bodem steriel hebben gemaakt om de bevolking te straffen. Vandaag leven er zowat 200 families van de verkoop van zout. Ze winnen het kostbare zout op meer dan 300 percelen die van vader op zoon worden doorgegeven. De rivier wordt in verschillende kleine kanalen geleid en stroomt in bekkens waar het zout kristalliseert en blijft liggen als het water verdampt. Het zicht van de bruine aarde en het witte zout samen is onaards mooi.
Trekking in de Lares-vallei
Om de drukke wegen van de Inca Trail te vermijden, beslissen we naar de Machu Picchu te reizen via de Lares-vallei. Voor die vierdaagse trekking worden we niet alleen vergezeld door Pavel, maar ook door een kok en zijn assistent, de eigenaar van drie paardjes die het kampeermateriaal vervoeren en zijn tienjarige zoon. Vanuit Cuzco rijden we in een minibus langs de Rio Urubamba in de richting van Calca en Lares, waar onze gidsen wachten. Na een bad in de warmwaterbronnen, beginnen we onze trektocht tot in Huacahuasi, een dorp op 3700 meter hoogte. De nachten zijn koud op het hoogplateau van de Andes. We kruipen vroeg onder de wol (letterlijk!), want Pavel heeft ons verwittigd dat de tweede dag de zwaarste wordt.
Bij het ochtendgloren worden we gewekt door herders en hun kudde. In het spookachtige ochtendlicht en wazig in de dichte nevel ziet ons kamp er allesbehalve gezellig uit. Met een van de koude verwrongen gezicht probeert de kok vuur te maken, terwijl zijn kompanen de tenten al beginnen af te breken. We ontbijten snel met een kop maté, brood en eieren. De vochtigheid dringt dwars door onze truien en we trekken snel op pad om het weer warm te krijgen. De helling is steil, het zicht adembenemend. Geleidelijk verdwijnt alle plantengroei en komen we af en toe in de wolken terecht. We moeten zes uur stappen voor we in de lagune van Aruraycocha aankomen. Rond 14u zien we ze eindelijk liggen, beneden in de diepte, terwijl we op 4400m hoogte staan. Als we ook nog af te rekenen krijgen met sneeuw, zinkt de moed ons bijna in de schoenen.
De derde dag bestaat gelukkig uit zachte hellingen en we lopen in de zon. Het is zelfs warm. Iedereen kan weer lachen. We komen halfweg de middag aan in Ollantaytambo. De bergtrein naar Aguas Calientes vertrekt binnen vier uur. Net tijd om even te ontspannen op het terras van het Inka Park Hostal en een pisco sour te proeven. En om deze authentieke Incastad die de eeuwen intact heeft doorstaan te verkennen. Olantaytambo wordt overheerst door een oninneembare vesting die de toegang tot de Machu Picchu moest beschermen. Hier vonden vele gevechten tussen de Inca's en de Spanjaarden plaats. De stad is gebouwd volgens het principe van de canchas: de huizen liggen gegroepeerd rond een centraal plein met een enkele ingang die afgesloten wordt door een enkele draaideur.
Fascinerende Machu Picchu
Over het traject van Olantaytambo naar Aguas Calientes doet de trein twee uur. De spoorwegmaatschappij PeruRail. Kan prat gaan op de hoogst gelegen spoorlijnen ter wereld en geniet bovendien een monopolie waardoor ze exorbitante prijzen kan aanrekenen (de goedkoopste plaats kost 31 dollar voor een enkele reis). Als we in Aguas Calientes aankomen, is het aardedonker. Er is een algemene elektriciteitspanne. In de vroege ochtend zien we eindelijk de stad: Het decor zou niet misstaan in een western: de voornaamste activiteiten spelen zich allemaal af rond de spoorweg. Om 5u30 vertrekken we naar de Machu Picchu. Er staat al een honderdtal bezoekers te wachten voor het busstation. Ook hier zijn de tarieven buitensporig: vijftien dollar heen en terug voor een traject van minder dan vijf kilometer. Tel daar dertig dollar bij om de site te mogen betreden en vermenigvuldig dat met de 450.000 bezoekers per jaar. Het is duidelijk dat de Machu Picchu een van de belangrijkste bronnen van inkomsten is voor het land. Volgens de Unesco is de site echter hoogstens bestand tegen 500 bezoekers per dag... Ondanks de menigte is en blijft de grote stad in de jungle die uitkijkt over de Urubamba-vallei een magische plaats. Ze werd in 1911 ontdekt door de Amerikaan Hiram Bingham en dat feit op zich zou al een heel dossier waard zijn. Net zoals Tikkal in Guatemala is de Machu Picchu indrukwekkend door de omvang van de gebouwen, het feit dat ze intact bewaard zijn gebleven en de onbeschrijflijke pracht van de omgeving. Was dit het verblijf van een keizer? De schuilplaats van de Zonnemaagden of de laatste hoofdstad van de Inca's? Niemand die het weet. Een ding staat vast: de Machu Pichu alleen al is op zich een reis naar Peru waard...
Ernaartoe
Een aanrader is het Belgisch-Peruviaanse reisbureau Peru Planet dat gevestigd is in Cuzco (www.peru-planet.net). Neem contact op met Dirk met onze groeten: peruplanet2009@yahoo.com. Hij stelt samen met jou een onvergetelijk programma op.
Vluchten: Parijs-Lima H/T (Iberia via Madrid) € 1.166€ of € 1.265€ met KLM vanuit Brussel (via Amsterdam).
Verblijf
In Arequipa: koloniaal hotel Libertador, met zwembad en tuin (www.libertador.com.pe).
In Cuzco: het Monasterio, een voormalig klooster uit de 16de eeuw (www.monasterio.orient-express.com). Betaalbaarder maar heel comfortabel, het San Agustin, dat ook dichtbij het centrum ligt (www.hotelessanagustin.com.pe).
Op Machu Picchu: de luxueuze Machu Picchu Santuary Lodge, het enige hotel dat naast de site ligt en uitgebaat wordt door de Orient-Express keten (http://machupicchu.orient-express.com). In Aguas Calientes: een hele reeks hotels en pensions voor backpackers en trekkers.
Lodges op Madre de Dios (Puerto Maldonado): Eco-Amazonia (www.ecoamazonia.com) biedt een veertigtal comfortabele bungalows in een grote tuin aan de oever van de rivier, met een groot (tegen de insecten overdekt) zwembad en een restaurant/bar. Je kunt er kiezen uit een ruim aanbod gevarieerde excursies. Gezelliger is de Lodge Corto Maltés Amazonía (www.cortomaltes-amazonia.com), met een dertigtal bungalows. Restaurant, bars en zwembad. Een aanrader volgens vele reizigers.
In Mancora: Las Pocitas (www.laspocitasmancora.com) biedt meerdere mooie kamers met zeezicht en patio met hangmat. Nog een aanrader: de Coco Né – hutten en bungalows met tuin en zwembad, recht tegenover de zee (www.vivamancora.com/cocone).
Aan het Titicaca-meer: Titilaka ****, hedendaags boetiekhotel met moderne infrastructuur (vloerverwarming, iPod stations, wifi,...) en respect voor de schoonheid van de plek. Adembenemend uitzicht. Transfer vanuit de luchthaven van Puno, excursies per boot (www.titilaka.com).