Weinig landen spreken zo sterk tot de verbeelding als Cuba. Het meest westelijk gelegen Caraïbische eiland heeft er dan ook een bewogen geschiedenis opzitten, van Spaanse kolonie via toevluchtsoord voor de Amerikaanse maffia tot communistische republiek. Maar dan wel in een kleurrijk, sexy sausje. Zo zijn de kortgerokte politieagentes met vaak zwarte netkousen ondanks de temperatuur van 30° het eerste wat je opvalt als je uit het vliegtuig stapt.
Tekst & foto's: Griet Byl
Toeristen komen hier op zoek naar de mythe, belichaamd door Ché, Fidel en Hemingway. Overgoten met een portie rum en op smaak gebracht met sigaren, gekruid met oude Amerikaanse sleeën die nog steeds het straatbeeld tekenen en afgewerkt met typische zuurstokhuisjes. Op de tonen van de alomtegenwoordige en multiculturele son, muziek waarop je als vanzelf gaat dansen. En overal stoot je bij wijze van reclameborden op verheffende spreuken: 'Todos somos importantes', 'Lo que se recolta aquí es para el pueblo' en het enigszins paternalistische 'Servir es mi mejor manera de hablar'.
Toegegeven, het zijn clichés, maar ze kloppen. Zo ook het beeld van de mooie, goedlachse en heupwiegende bevolking die tot de meest geletterde ter wereld behoort. Zoals de 79-jarige en zeer belezen Nicolas uit Trinidad op de foto hiernaast. Hij verdiende zijn brood als vrachtwagenchauffeur en kreeg acht kinderen (vijf meisjes en drie jongens) die allemaal dokter, ingenieur of verpleegster zijn. Wat echter niet betekent dat ze baden in rijkdom.
Schaarste is hier immers een dagelijkse gewoonte en creatief improviseren werd verheven tot nationale kunst. Aandoenlijk om te zien hoe mensen met zo weinig zo veel gedaan krijgen. Want ondanks de recente toeristenstroom ontbreekt het de modale Cubaan nog steeds aan dingen die wij als doodnormaal beschouwen. “Jabón, compañera?”, is zowat het vaakst gehoorde verzoek op elke straathoek, waar iedereen, jong en oud, allerlei dingen probeert aan de man (of vrouw) te brengen. In de officiële winkels zijn de rekken vaak schrijnend leeg en rantsoenkaarten – voor echt alles - bestaan nog steeds. Er is genoeg om geen honger te lijden, maar van luxe is geen sprake. Tegelijk floreren een parallelle economie en een zwarte markt om u tegen te zeggen. Maar wie zijn wij om, als buitenstaanders en zeer gastvrij ontvangen maar kortstondige bezoekers, te oordelen? Cuba is een paradijs om te koesteren. En naar terug te keren. Al was het maar omdat de natuur in alle tinten van weelderig groen er even gul is als de sensuele eilanders. Een aantal highlights in een notendop.
Varadero: zon, zee en zand
Varadero is niet meteen de plek waar je op zoek moet gaan naar de authentieke Cubaanse ziel. Toch is de plaats niet gespeend van charme. Het was de eerste echte badstad op het eiland en zelfs Al Capone had hier ten tijde van de drooglegging een huis. Vandaag is het een ‘toeristenparadijs’ met all-in resorts waar je in de watten wordt gelegd van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Je vindt hier vooral Canadese toeristen die hoofdzakelijk komen zonnekloppen. Het strand is dan ook prachtig en de zee turkooisblauw. Je kunt hier naar hartelust duiken en snorkelen. Ook andere watersportmogelijkheden zijn er te over. In de meeste hotels kun je verder jeepsafari’s van een dag boeken. Veel echte locals zul je onderweg niet tegenkomen, maar het landschap op zich loont de moeite. In een karavaan van een tiental 4x4 rijd je door het platteland. Er hoort meestal een tocht op de Canimar rivier bij, met ’s middags een lunch en een stop bij de Saturnus-grot. Trek zeker ook een keer het stadje in voor een lichte lunch en of piña colada. Die is hier in Cuba zoveel lekkerder dan thuis. De allerlekkerste serveren ze bij de stopplaats aan de Belvédère de Bacunayagua (de langste brug van het eiland), in de buurt van Matanzas.
Havana: cultureel erfgoed
Havana in een paar woorden beschrijven is een onmogelijke opdracht. Het is een stad met vele gezichten waar je minstens een paar dagen moet blijven om de sfeer te vatten. Ché is overal, net zoals de Amerikaanse schrijver en enfant terrible Ernest Hemingway die hier een mythische status geniet. In zijn vaste stek La Bodeguita del Medio waar hij zijn mojitos dronk, kun je typisch Cubaans lunchen met rijst en bonen; La Floridita, waar hij daikiri’s slurpte, is een van de beste bars ter wereld. Nog meer Hemingway-verering wacht je in het overigens erg mooie Hotel Ambos Mundos, waar de auteur permanent kamer 111 huurde (omdat hij van daaruit de zee kon zien) en in 1940 de aanzet tot zijn meesterwerk For whom the bell tolls schreef.
Wandelen doe je op de Malecón, tussen de locals op zoek naar verkoeling. Tenzij je liever over het Prado, de plaatselijke Ramblas, slentert. Ook een bezoek aan de sigarenfabriek hoort erbij, al was het maar vanwege de vrolijke sfeer die er heerst. Hier werken vooral vrouwen en ze rollen gemiddeld 104 sigaren per dag. En elke namiddag komt een voorlezer verstrooiing brengen. Op het pleintje voor de San Ignacio-kathedraal poseren toeristen gewillig met de plaatselijke santera (mits het neertellen van een paar pesos, dat spreekt vanzelf). Op de schaduwrijke Plaza de Armas koop je werk over Ché of Fidel, tenzij je liever snuistert tussen de vele cd's. Top of the bill is echter de onlangs gerestaureerde Plaza Vieja. Want ja, er wordt volop gewerkt om het onschatbare patrimonium van de Cubanen tegen de tand des tijds te beschermen.
Cienfuegos: allesbehalve vergane glorie
Aan de zuidkust ligt dit sfeervolle stadje, waar de oldtimers zo mogelijk nog harder blinken dan op de rest van het eiland. Hier staat het Castillo de Jagua dat ooit opgetrokken werd om de piraten uit de Caraïbische Zee tegen te houden. Op het grootste plein van de stad, omringd door belangrijke gebouwen uit de 19de en 20ste eeuw, ligt een mozaïeken roos die de baai van Cienfuegos voorstelt en herinnert aan het ontstaan van de stad. Overal loop je langs kleine houten huisjes in de typische pasteltinten. In het prachtige Teatro Tomás Terry kwamen zowel Sara Bernhardt als Caruso zingen. Een van de mooiste paleizen vind je net buiten het centrum: het Palacio del Valle werd gebouwd door een Spaanse edelman en is momenteel een restaurant annex bar. De zonsondergang op het terras is gewoon adembenemend, zowel met als zonder cuba libre.
Trinidad: muziek en suikerriet
Deze koloniale stad staat sinds 1988 op de Unesco-Werelderfgoed ijst. En terecht, want het is een van de meest schilderachtige van het eiland. Het centrum is helemaal bestraat met kasseien; die kwamen in de Spaanse scheepsruimen mee, zodat de trotse boten de oversteek niet leeg moesten maken.
De beste manier om het stadje te verkennen, is vanaf de karakteristieke Plaza Mayor te verdwalen in de achterliggende straatjes en steegjes. Je vindt er sporen van een rijk verleden, zoals in het Museo Romántico dat de levenswijze van de rijke bourgeoisie in de 18de en 19de eeuw illustreert. Zodra je het centrum verlaat kom je terecht in groezelige volksbuurten waar kleine jongetjes voetballen op de (ongeplaveide) straat, onder het loom toeziende oog van hun mama's die voor hun roze of groene huisjes zitten. Aan de muren buiten hangen piepkleine kooitjes met vogels erin die het elke zaterdag tegen elkaar opnemen voor de wekelijkse zangwedstrijd.
Over muziek gesproken. Luisteren (en dansen uiteraard!) doe je in de Casa de la Musica of Casa de la Trova. Of gewoon daar waar je oor je brengt. Jongeren zijn hier overigens niet weg van son, maar van reggaeton (een mengeling van reggae, rap, hiphop en latinoritmes).
Als je Trinidad verlaat en richting Sancti Spiritu reist, kom je door de Valle de los Ingenios (de vallei van de suikermolens), waar eeuwenlang het economische hart van Cuba klopte, tot in 1850 de suikerprijs in elkaar stortte. De hele vallei ademt geschiedenis: massa's slaven zweetten hier bloed en tranen, de Spaanse invloed is tastbaar en het natuurschoon overweldigend. Hier ligt onder andere het domein van de familie Iznaga, waar je een goed beeld krijgt van hoe het leven op een suikerrietplantage geweest moet zijn. De 43,5m hoge toren – waarover nogal wat legendes de ronde doen – diende om de slaven in het oog te houden. Op het domein is een (lekker en heel aangenaam) restaurant gevestigd, waar je een overheerlijk geroosterd varken (met uiteraard banaanbeignets en rijst) kunt eten. Achter het restaurant ligt een molen waar je aan den lijve kunt ondervinden hoe hard er hier gewerkt moest worden om het suikerriet te persen... Gelukkig krijg je achteraf een glaasje guararon (sap aangelengd met rum) om te bekomen...
Ernaartoe
Genieten vertrok naar Cuba met Neckermann. Dat vliegt op dinsdag en zondag rechtstreeks naar Varadero. Comfort class (extra beenruimte, verbeterde maaltijd, champagne, Digiplayers, aparte check-in, 30kg bagage).
Verblijf
Wij verbleven in een selectie van Iberostar hotels in Cuba
Hotel Iberostar Varadero *****, elegant en stijlvol hotel, direct aan het fijnzandstrand. Uitstekende service, moderne comfortabele kamer en een zeer goede keuken. 7 nachten op basis van een tweepersoonskamer in all inclusive is mogelijk bij Neckermann vanaf 1.599 euro per persoon.
Hotel Iberostar Laguna Azul ****(*), gloednieuw hotel aan het zandstrand met volop sport, ontspanning en animatie in het hotel en omgeving. Uitgebreide All inclusive formule 24u/24. 7 nachten op basis van een tweepersoonskamer in all inclusive is mogelijk bij Neckermann vanaf 1.549 euro per persoon.
Hotel Iberostar Trinidad *****, hotel in het hartje van Trinidad met een prachtige koloniale architectuur en frisse pasteltinten. Gasten hier zijn minstens 15 jaar. Excellente keuken. 7 nachten op basis van een tweepersoonskamer in logies & ontbijt is mogelijk bij Neckermann vanaf 1.459 euro per persoon.
Neckermann geeft je ook de mogelijkheid om Cuba te ontdekken tijdens een rondreis. Je kan kiezen om op eigen houtje met een huurwagen op pad te gaan of om een begeleide rondreis te doen. Een combinatie vakantie van de verschillende oorden is ook mogelijk. De begeleide rondreis 'Discover Cuba' is mogelijk vanaf € 1.479 (7 nachten). De selfdrive 'Cuba Libre' is mogelijk vanaf € 1.435 (7 nachten), op basis van kamer met ontbijt.
Hoe reserveren?
Voor meer informatie en reservatie: ga langs in een van de 92 Neckermann Vakantiewinkels, surf naar www.neckermann.be of via de Neckermann Vakantielijn op 070/233.966 (7 dagen op 7).
Vereiste documenten
Geldig paspoort verplicht. Geen visum noodzakelijk. Wel moet je een ‘toeristenkaart’ kopen. Die wordt afgeleverd door het consulaat en vaak door de reisbureaus (bij Neckermann is ze inbegrepen).
Munt
Een beetje ingewikkeld. De nationale munt is de peso; die bestaat in twee vormen, eentje voor de locals en eentje voor de toeristen. Beide soorten hebben niet dezelfde waarde (een 'lokale' peso is veel minder waard dan een 'toeristen' peso). Je neemt bij voorkeur geen dollars mee, wel euros die je dan kunt inruilen voor Cubaanse Convertible Peso (CUC).
Inentingen
Geen vaccins verplicht.
Beste seizoen
Cuba heeft een tropisch klimaat; het is er dus het hele jaar door aangenaam warm, maar de beste periode is van november tot mei (buiten het regenseizoen).
Uurverschil
Zes uur (zomertijd) of zeven uur (wintertijd) vroeger dan in Brussel.
Meer weten?www.nunaarcuba.be