De elegante M/S Eugenie ademt statige koloniale glorie. Op deze parel van het Nassermeer hangt nog steeds de grandeur die aan het einde van de 19de eeuw de reizen naar het land van de farao's kenmerkte. Scheep in voor een intimistische trip naar het hart van Egypte en ontdek het handvol uitzonderlijke sites uit de tijd van Ramses II die van het water gered werden. Verslag van een onvergetelijke cruise.
Reportage Nathalie Warny
Caïro dat in 969 gebouwd werd op de oostelijke oever van de Nijl is vandaag de grootste stad van de Arabische wereld en het Afrikaanse continent. Het is al donker als ik aankom, maar toch lijkt het of de twintig miljoen inwoners allemaal tegelijk op straat zijn. Om tot rust komen is er gelukkig de Villa Belle Époque, op een twaalftal kilometer van het centrum, in de residentiële Maadi-wijk. Zedateert ze uit 1920 en ligt midden in een schitterende tuin met citroen- en olijfbomen.
Aswan, de poort naar Nubië
Als de stad met haar duizend minaretten bij het ochtendgloren ontwaakt, vlieg ik naar Aswan en het eerste Nijl-cataract. Deze plek heeft haar strategische belang altijd uitgespeeld: ze ligt op het kruispunt van wegen uit Afrika, de woestijnen ten westen van Egypte en India. De meeste bezoekers hier zijn op doorreis en dat is jammer, want de stad loont de moeite. Je bezoekt ze in dahabiyas, de typische zeilboten die ten tijde van de koningen (1920-1940) voorbehouden waren aan de aristocratie. Van op het water geeft de Nijlvallei het best haar charmes prijs. Op je tocht stoot je op het Elephantine-eiland waar vroeger de ivoormarkt gehouden werd en uiteindelijk kom je uit bij Philae.
Maar de klok tikt. Tijd om in te schepen op de M/S Eugénie, een prachtige schoepenboot uit 1993. Het drijvende hotel dat zijn naam dankt aan de gelijknamige Franse keizerin, telt 52 cabines en twee suites, verdeeld over drie bruggen. Allemaal in een art déco sfeertje uit de jaren twintig. Nadat we onze intrek genomen hebben in onze hutten, neemt onze gids Hala – die veel weg heeft van een gereïncarneerde Nefertiti - haar 'habibi' (het Arabische woord voor schatjes) mee op sleeptouw naar Kalabsha, de kiosk van Kertassi en Beit El Ouali. Die lagen oorspronkelijk dertig tot vijftig kilometer meer naar het zuiden. In de boot legt ze ons uit hoe de bouw van de dam in Aswan eind jaren zestig in zijn werk ging. Om de grote irrigatieproblemen waarmee het land kampte deels op te lossen, moest Nubië opgeofferd worden. Onder impuls van Christiane Desroches-Noblecourt, de hoofdconservator van de Egyptische afdeling in het Louvre, Sarwat Okasha, de Egyptische minister van Cultuur, en de UNESCO werd een oproep gelanceerd om de nodige fondsen in te zamelen voor de redding van de Nubische schatten. Met de bouw van de tweede dam van Aswan ontstond het Nassermeer, een gigantisch stuwmeer dat zich bijna 500km lang uitstrekt op de grens tussen Egypte en Soedan.
Aldus werd de tempel van Kalabsha in 13.000 blokken gezaagd en in 1963 weer opgebouwd. Het is de grootste tempel van Egyptisch Nubië ter ere van de god Mandulis. De eerste indrukwekkende pyloon geeft uit op een plein, een hypostyle zaal met twaalf zuilen, twee vestibules, twee kapellen en een heiligdom. Op een van de muren van het plein staat een tekst in het Grieks. Hij dateert waarschijnlijk uit de derde eeuw na Christus en verbiedt uitdrukkelijk dat... varkens vrij in de tempel mogen rondlopen. Tja. Een paar stappen verder lijkt de kiosk van Kertassi met zijn elegante zuilen wel op een 'eenzaam boeket' zoals hiërogliefenlezer Champollion ze vaak omschreef. Iets verder werd de tempel van Beit El Ouali op verzoek van Ramses II uit de rotsen gehouwen. De muren verheerlijken de overwinningen van de farao op de Libiërs en de Aziaten.
4.000 jaar onverzonken geschiedenis
Tussen nacht en dag licht de M/S Eugénie het anker. Er is niemand op de brug. Nochtans defileren woestijnlandschappen met indrukwekkende duinen in krachtige tinten van blauw, een haast surrealistisch beeld. Geen dorp of oase te bespeuren, kilometers ver. En geen toeristen. Er zijn immers slechts negen boten op het meer toegelaten. Het heeft wel iets van een reis naar de eeuwige wereld. Voor we bij onze eerste halte komen krijgen we een film te zien over de redding van de bedreigde sites. Vervolgens installeer ik me op het dek om van een zalig vers citroensapje te genieten.
Dan komen we aan op onze eerste bestemming: Ouadi Es-Seboua, gewijd aan Amon. De site omvat een kleine pyloon, een beeld van de farao met zijn dubbele kroon die symbool staat voor de vereniging van Beneden- en Boven-Egypte, een tweede pyloon, een dubbele rij leeuwen, een reeks trappen, een grote pyloon waarvoor een indrukwekkend beeld van Ramses II staat, een kapel, een plein met Osirische zuilen, een hypostyle zaal, een vestibule en een heiligdom. Als je ook de tempel van Dakka wil bekijken, moet je twintig minuten stappen (voor een paar pond brengt een boer je per kameel). Ik waag het erop en vertrek in de brandende zon, met enkel een fles water. De muurschilderingen zijn ronduit prachtig. Ze konden er wat van, de ambachtslieden van het oude Egypte. En die van de jaren zestig moeten niet onderdoen. Maar ook al slaagde het technische vernuft er in de 20ste eeuw in om de tempels van Maharraqa, Amada, Derr, het graf van Pennout en Qasr Ibrim te redden van de vergetelheid, vandaag tast de heersende vochtigheid het Egyptische erfgoed onherroepelijk aan. Maar de zonsondergang is onvergetelijk.
Aboe Simbel, het wonder van Ramses II
De hele dag brengt de M/S Eugénie ons dichter bij het orgelpunt van de reis op de heilige rivier. Hala verzamelt ons in een van de salons met knusse zetels, want op de site van de twee tempels van Aboe Simbel zelf mag geen uitleg gegeven worden. Om 16u stipt, op ongeveer 240km van Aswan, rijst Aboe Simbel voor ons op. Het spektakel dat zich voor mijn ogen ontrolt, maakt me in een fractie van een seconde duidelijk waarom de Egyptenaren dit wonder van het water wilden redden en het toerisme respectvol houden. Ons schip meert aan naast de site en we gaan aan land met een feloeka.
Vier kolossale standbeelden van een twintigtal meter hoog met de trekken van Ramses II bewaken de tempel. Een van de hoofden is gevallen, wellicht tijdens een aardbeving, en ligt aan de voeten van het standbeeld. Van bij de ingang zie je Ramses II verheven tot godheid, voor de eeuwigheid vergezeld van het goddelijke trio Ptah, Amon-Rê en Rê-Harakhty. Twee keer per jaar bij de zonnewende overspoelt de opgaande zon drie van de vier standbeelden met licht... behalve het beeld van Ptah, de god van de duisternis. De hypostyle zaal is verdeeld in drie beuken en wordt in het midden ondersteund door acht pijlers van tien meter. Hier worden de oorlogsprestaties van Ramses II verhaald en bevindt zich het vredesverdrag dat gesloten werd na het gevecht van Qadesh tegen de Hittieten.
Daarnaast ligt een tempel gewijd aan de godin Hathor en favoriete Nefertari. Van de zes beelden tonen er maar twee de koninklijke gemalin (Ramses II stond nogal goed met zichzelf, me dunkt) maar de beelden zijn wel even groot, wat zeldzaam is voor die tijd. 's Avonds na het klank- en lichtspel dineren we op de brug en bewonderen de verlichte schatten van het oude Egypte. De volgende ochtend wacht me een race tegen de klok. De vorige dag was er al niet veel volk, maar bij zonsopgang is de plek verlaten. Ik speur de horizon af en wacht op de eerste zonnestralen. Rê overwint alweer de duisternis en opeens straalt de lach van Ramses II.
Formaliteiten. Je kunt naar Egypte met een Europese identiteitskaart die nog minstens drie maanden geldig is na de retourdatum en voorzien van een pasfoto. Een paspoort moet nog minstens zes maanden na de retourdatum geldig zijn en in dat geval heb je geen foto nodig. Een visum kost € 15 per persoon en dat betaal je cash bij aankomst. Geen verplichte inentingen. Voorzie € 50 fooi per persoon voor een verblijf van tien dagen.
Ernaartoe. 7Plus, de nummer een voor cultuurreizen naar Egypte, biedt naast Marokko, het Nabije Oosten, Europa, Latijns-Amerika en Azië, een uitgebreide waaier reizen naar het land van de farao's. Je kunt kiezen voor een begeleide reis of individuele reizen à la carte. De 'Nubische droomcruise' (8dagen/7 nachten) aan boord van de MS/ Eugénie***** op het Nassermeer en naar Luxor maak je vanaf € 1.332 per persoon (op basis van een tweepersoonskamer). Inbegrepen: de vluchten met Egyptair (internationaal en binnenlands), de luchthaventaksen en de brandstoftoeslag, het verblijf in Luxor in hotel Sofitel Karnak*****, de bezoeken, de voorstelling in de tempel van Aboe Simbel... www.7plus.be
Verblijf. De Villa Belle Epoque is het eerste boetiekhotel van de stad. Road 13, Villa 63, Maadi (Caïro). Tel.: +20/2.23.58.02.65. www.villabelleepoque.com. Dusit Thani LakeView Caïro is een elegant en eigentijds hotel in het Nieuwe Caïro. El-Tesseen Street, City Centre, Fifth Settlement, New Cairo PO Box 71. 11835 New Cairo. Tel. +20/2.26.14.00.00. www.dusit.com
Meer weten? Egyptische Dienst voor Toerisme. Tel.: 02.647.38.58. www.egypt.travel