In 1959 opende de Amerikaanse acteur William Holden de Mount Kenya Safari Club. De plek heeft zo'n rijke geschiedenis dat je er makkelijk een museum zou kunnen openen. Wie er verblijft, krijgt bovendien de kans om op korte tijd verschillende facetten van de streek te ontdekken in het uitzonderlijke kader van een al even uitzonderlijk hotel.
Reportage door Fred Bouchar
Net zoals de Kilimanjaro is de Mount Kenya een vulkaan. Hij ontstond drie miljoen jaar geleden en is de tweede hoogste berg van Afrika. De top die wel iets van de Alpen wegheeft, ligt op 5.200 m. Voor de wolken het uitzicht belemmeren, zijn de met sneeuw bedekte pieken van kilometers ver te zien.
Het Nationaal Park van de Mount Kenya werd in 1949 in het leven geroepen; vandaag staat het op de Unesco-lijst van Werelderfgoed. Het speelt een essentiële rol in het behoud van de biodiversiteit van de fauna en flora en en vooral in dat van de waterreserves van het land. Op een twintigtal kilometer van het Park ligt het boerenstadje Nanyuki. Het is de voornaamste uitvalsbasis van trekkers en alpinisten die de berg willen veroveren en de airstrip is het verzamelpunt van de gelukkige bezoekers van de Mount Kenya Safari Club.
Koloniale revival
Het hotel dat er een beetje uitziet als een ranch, is een echte oase van rust en vrede. Om in het hoofdgebouw te komen, doorkruis je eerst een klein dierenreservaat waar bongo-antilopen vrolijk rondlopen. Het gebouw kijkt uit over een park van 40ha met prachtige tuinen vol marabouts en kleurige vogels en eenden. Het park gaat over in een bos tussen de heuvels, waar je niet zelden olifanten tegenkomt. Het golfterrein van de Mount Kenya Safari Club (negen holes) is zeer gegeerd bij enigszins snobistische spelers die elkaar hier partij geven, vanwege de unieke ligging van het terrein aan de evenaar. Net naast het hotel zelf ligt een groot zwembad omringd door cottages, villa's en chalets. Ze zijn niet allemaal even groot, maar wel even luxueus. Sommige kijken uit over de tennisvelden en het park, andere over de Likii rivier, verscholen in het omringende bos. En tegenover deze paradijselijke plek, precies op de evenaar: de majestueuze Mount Kenya.
Als uit een roman
Met de Mount Kenya Safari Club van Nanyuki en het Norfolk van Nairobi kan de Canadese Fairmont-groep er prat op gaan dat hij twee van de meest mythische hotels van het Afrikaanse continent aan zijn kroon heeft. Op 150km van de hoofdstad Nairobi, op anderhalf uur vliegen, ademt de Mount Kenya Safari Club helemaal het Afrika van Karen Blixen.
Sinds deze selecte Club – een van haar stichtende leden was niemand minder dan Winston Churchill – in 1959 haar deuren opende, verwelkomde ze tal van prestigieuze gasten. En dat doet ze nog steeds: acteurs, artiesten, koningen en prinsen, rijke zakenlui... Het gastenboek lijkt wel een Who's who en de plaatselijke overlevering barst van de Hollywoodiaanse 'love stories' die mettertijd allemaal geromantiseerd werden.
Volgens de legende van de Mount Kenya Safari Club begon alles in de jaren dertig tijdens een safari, toen de vrouw van een Amerikaanse miljardair en een ongehuwde jonge Franse vliegenier met zin voor avontuur en een voorliefde voor de jacht op groot wild hun hart aan elkaar verloren. Niet zoals in 'Out of Africa', maar toch bijna. In de rol van Karen Blixen vinden we Rhoda Lewinsohn, in die van Denys George Finch Hatton, Gabriel Prudhomme. Hij is ongeveer twintig, zij meer dan vijftig. Ze worden smoorverliefd en trouwen in Parijs, waarna ze terugkeren naar Kenia om daar hun passie ten volle te beleven.
Rhoda en Gabriel Prudhomme besluiten zich te vestigen aan de voet van de Mount Kenya, in de buurt van Nanyuki. Ze zijn helemaal weg van een boerderijtje dat door een ander jong kolonistenkoppel gebouwd werd. Eerst willen die hun eigendom niet verkopen, maar uiteindelijk gaat de vrouw akkoord. Op een voorwaarde: dat Gabriël het lichaam van haar bruusk overleden verloofde naar Parijs vliegt om het daar te laten verassen en vervolgens terug te brengen naar Kenia. Het Prudhomme-koppel werkt een jaar ononderbroken om de boerderij te vergroten en te verfraaien. Mawingo doopt Rhoda de plek, wat in het Swahili 'wolken' betekent, vanwege de wolken die de Mount Kenya vaak verhullen. Jammer genoeg onderbreekt de oorlog hun idylle. Als die uitbreekt, gaat het koppel uit elkaar. Rhoda keert terug naar New York en Gabriel gaat met de Fransen in Algerije vechten. Ze scheiden aan het einde van de oorlog. Gabriel sterft enkele jaren later. Aangezien Rhoda hem Mawingo had nagelaten en de familie van de Fransman tijdens de oorlog is omgekomen, zijn er geen erfgenamen voor Mawingo en wordt de boerderij opnieuw verkocht in 1948. Ze wordt verbouwd tot een herberg.
De William Holden Stichting
Als William Holden tien jaar later in de streek aan het jagen is met twee rijke kompanen, valt ook hij voor de charme van de plek. Met de Amerikaanse zakenman Ray Ryan en de Zwitserse bankier Carl Hirschmann investeert hij een aanzienlijk deel van het geld dat hij kreeg voor zijn rol in 'The bridge over the river Kwai' om het landgoed om te vormen tot een van de meest chique clubs van de planeet.
Daarna creëert de acteur die voor zijn rol in 'Stalag 17' een Oscar kreeg het natuurreservaat rond de Mount Kenya Safari Club. Dat werd na zijn dood in 1981 de William Holden Stichting gedoopt en wordt beheerd door een andere Hollywood-ster, Stefanie Powers. De Stichting herbergt meer bepaald een kudde bongo's. Deze grote antilopen waren haast uitgestorven in Kenia en worden momenteel opnieuw in het land ingevoerd. De William Holden Stichting herbergt ook een klein 'asiel' voor dieren. De hotelgasten die het bezoeken, zullen verrassend veel bedreigde, gewonde of zeldzame diersoorten ontdekken. Ook duiken een paar totaal onverwachte soorten op, zoals de Zuid-Amerikaanse lama's die het personeel van het asiel probeert te laten wennen aan het klimaat van het land.
Ol Pejata en Nakuru
Maar de bongo's zijn niet de enige attracties van de streek. Op een vijftiental kilometer van Nanyuki, ligt het reservaat van Sweetwaters dat vandaag het Ol Pejata Conservancy heet, een uitgelezen plek voor bezoekers van de Mount Kenya Safari Club die van game drives en zwarte neushoorns houden. Gamewatchers en Porini hebben er ook een kamp waar je heel veel verschillende diersoorten kunt observeren. Uiteraard behoren daartoe de 'big five', maar ook een uitgebreide kolonie chimpansees.
Meer naar het westen verdient ook het Nationaal park van het Nakurumeer een verblijf van een dag of twee. Nakuru rivaliseert overigens met Amboseli voor de plaats als tweede meest bezochte park van het land, na dat van de Massai Mara. Wie geluk heeft, ontdekt er witte neushoorns, een soort die pas enkele jaren opnieuw werd ingevoerd hier. Maar de voornaamste attractie van het Nakurumeer zijn de fluoroze oevers vol roze flamingo's. Dat spektakel alleen al is de verplaatsing waard.
Bovenop game drives, forelvissen, trektochten, sportactiviteiten en elegant nietsdoen, loont de Mount Kenya Safari Club ook de moeite om gedurende enkele dagen het ongerepte natuurschoon in de streek te ontdekken.