Als ik aan eender wie van mijn kennissen vraag waarmee ze Ethiopië associëren, krijg ik negen op tien keer hetzelfde antwoord: uitgemergelde kindjes met vliegjes rond hun ogen. Een beeld dat sinds eind jaren ’70 op onze netvliezen gebrand staat, nadat een Britse reportage de wereld rond ging.
Tekst & foto's: Nathalie Willems
Intussen zijn we ruim veertig jaar verder en is Ethiopië een land in volle expansie met een enorm groeipotentieel en een ongekende rijkdom aan natuurlijke bronnen. Geen wonder dat de bevolking nog steeds leeft volgens het ritme van de natuur, op deze plek waar de bakermat van de mensheid stond.
Een eerste getuige hiervan is de Dorze stam die op de Chencha heuvel woont. De Dorze, leren we, zijn vooral bekend om hun traditionele katoenen kledij die door de vrouwen wordt gesponnen en door de mannen geweven. Aan een sjaal van ongeveer drie meter, wordt gemiddeld drie dagen gewerkt. De gabi (dekens) getuigen van een bijzonder vakmanschap, net zoals het Dorze aardewerk. Het zijn echter vooral hun woonsten die onze aandacht trekken. Met hun twaalf op twaalf meter lijken de Dorze hutten nog het meest op gigantische bijenkorven of zoals onze plaatselijke Dorze gids beweert, “op een olifantenhoofd met ogen en een lange neus, om de olifanten te herdenken die geëmigreerd zijn naar Tanzania”. De woningen zijn opgetrokken uit verticale houten planken en bamboe, met een bedekking van ‘enset’ (valse bananenbladeren). Deze worden tevens gebruikt als regenscherm en verwerkt tot dierenvoeding, terwijl de stam en de wortels deel uitmaken van het dagelijkse menu van de Dorze. De binnenruimte van de hutten is opgedeeld in verschillende afzonderlijke compartimenten, met plaats voor de ouderlijke slaapkamer, de kinderbedden, de keuken, bergruimtes en vaak nog een plek voor het vee. Dit voorkomt niet alleen dat de dieren verslonden worden door rondzwervende roofdieren, maar houdt de hut ook warmer tijdens de frissere wintermaanden. De bouwtijd van een Dorze hut bedraagt gemiddeld vier maanden en een woning wordt meestal betrokken door een gezin van zeven. Hoewel de hutten er eerder fragiel uit zien, hebben ze een levensduur van 60 tot 100 jaar. Een sterk staaltje menselijk vernuft, want dankzij hun verticale palenconstructie kunnen ze zelfs verplaatst worden indien nodig.
Het clangevoel
Een soortgelijke manier van leven vinden we de volgende dag in een Konso-dorp, dat geheel uit natuurlijke materialen is opgetrokken. Het stadje op zich stelt niet veel voor, de architectuur is des te opvallender. Net zoals de tientallen kinderen die vanuit het niets lijken op te duiken en ons gedurende ons ganse bezoek vergezellen. De Konso dorpen worden in de eerste plaats gekenmerkt door hun dikke stenen muur die zowel bescherming biedt tegen indringers als het vee binnenhoudt. Vroeger betrad men de Konso hutten via een houten tunneltje op handen en voeten, een houding die de inval van potentiële indringers bemoeilijkte. De traditionele dorpen bestaan uit negen afdelingen voor de negen clans die er wonen, elk met zijn eigen clanhoofd. Elke afdeling heeft zijn eigen ‘mora’ (een gemeenschapshuis bestaande uit twee verdiepingen waarin de mannen ’s nachts slapen, een traditie die dateert van eeuwen terug om ervoor te zorgen dat de mannen snel verzameld waren als ze werden aangevallen door een vijandige stam), een ‘victory stone’ waar dieren op worden geslacht en een ceremoniële plaats waar de houten generatiepalen staan (om de achttien jaar wordt hier een nieuwe paal bij geplaatst). Het is in Konso dat we een eerste keer voelen wat de Britse reportage heeft teweeggebracht. Op de weg terug naar ons hotel, zien we tientallen kinderen die dansjes doen en de befaamde Eurovisie kniezwengel imiteren ter referentie naar de traditionele stamdansen. Ze springen niet zelden bijna onder de wagen om je aandacht te trekken in de hoop op wat geld (birr) of hiylan (plastic flesjes). Deze kinderen bedelen omdat ze al jaren gewend zijn om spontaan geld en snoep te krijgen van toeristen. “Het probleem is zelfs zo erg”, zegt mijn gids Mazengia, “dat kinderen weigeren om nog naar school te gaan. Bedelen blijkt immers een veel lucratievere bezigheid en is ‘easy money’.”
Rijke fauna en flora
Ik moet nog steeds aan zijn uitspraak denken, als we later de Paradise Lodge in Arba Minch binnenrijden. Deze riante vijfsterrenresort ligt op een heuvelrug en biedt een spectaculair uitzicht over God’s Bridge. De schitterende landengte die Lake Abaya van Lake Chamo scheidt, heeft haar naam niet gestolen.
Dat ook Lake Chamo goed is voor een interessante namiddag, mag ik de volgende morgen ervaren. Terwijl de lokale vissers hun netten uitgooien vanuit hun wogolo (authentieke houten bootjes), varen wij (gelukkig!) in een gemotoriseerde boot het tweede grootste meer van Ethiopië op in de hoop kennis te maken met zijn bewoners. Lang hoeven we daarop niet te wachten. Een hoop rotsen blijkt bij benadering een kudde nijlpaarden die verontwaardigd naar ons snuiven als we voorbij tuffen. En als we naar de overkant kijken, wordt meteen duidelijk waarom deze plaats ook wel de ‘crocodile market’ wordt genoemd. Op de oever liggen tientallen gigantische nijlkrokodillen (5-6 m!) te zonnen, geflankeerd door een enorme troep witte pelikanen. Het leven kan mooi zijn…
Dat gevoel wordt nog sterker als we verder rijden naar het stadje Yirgalem, gelegen tussen Awasa en Dila. Yirgalem lijkt op het eerste gezicht een verkommerd zanderig stadje maar ligt in feite in een van de rijkste streken van gans Ethiopië dankzij zijn vruchtbare ondergrond en de vele vruchten en planten die er groeien zoals avocado’s, suikerriet, bananen, mango’s en zelfs aardbeien. Het zijn echter vooral de koffieplantages die hier tal van monden voeden. Ik verneem dat Starbucks de grootste afnemer is van Yirgacheffe en Sidama koffie, genaamd naar de etnische groep die afkomstig is uit deze streek. Grappig om te weten: de Sidama hebben hun eigen kalender met een week die bestaat uit vier dagen: Dico, Dela, Kebado en Kebelanka. Hun maand bestaat uit zeven weken. Bovendien zijn ze nog steeds een natuurvolk zoals er nog weinig bestaan. Zo geloven ze onder andere dat bomen heilig zijn en zullen ze, indien een boom in de weg staat bij de bouw van een nieuwe hut, eerder de hut verplaatsen dan de boom om te hakken.
We verblijven in de wondermooie Aregash Lodge, een ecologisch gerund familiebedrijf. De uitbaters proberen onder andere hun water zo veel mogelijk te verwarmen met zonne-energie. Door middel van een biogaswatersysteem dat ze zelf hebben uitgevonden, wordt de toiletafvoer van het resort gefilterd en zorgt voor een natuurlijke bemesting van de tuin en de omringende plantages. ’s Avonds zijn we hier getuige van een van de befaamde Ethiopische koffieceremonieën en het voederen van de hyena’s die in de aangrenzende jungle resideren.
De wortels van onze beschaving
Terug in Addis aangekomen, nemen we een korte vlucht naar het noorden van Ethiopië, meer bepaald naar Bahar Dar. Dat is de hoofdstad van de Amhara regio, de tweede belangrijkste van Ethiopië. Letterlijk betekent Bahar Dar, ‘city by the lakeshore’. Deze naam heeft de stad te danken aan Lake Tana, dat met zijn 3.500 m² het derde grootste meer van Afrika is, een gemiddelde diepte van negen meter heeft en tevens de oorsprong is van de Blauwe Nijl. Lake Tana herbergt 37 eilandjes waarvan er maar liefst 19 een eigen klooster hebben. Veel van deze kloosters dateren uit de late 14de tot de vroege 17de eeuw. De meeste gebouwen zijn opgetrokken uit hout en bamboe. Voor de vloerbedekking werden maar liefst 400 rundervellen gebruikt per klooster. De kloosters bestaan telkens uit drie delen waarvan het buitenste gedeelte drie deuren heeft, die symbool staan voor de Heilige Drievuldigheid. Het middelste gedeelte telt twaalf openingen, als symbool voor de twaalf apostelen. De binnenkant heeft opnieuw drie deuren en herbergt het ‘Holy of Holy’, dat niet toegankelijk is voor publiek. Symboliek is werkelijk overal aanwezig in deze religieuze gemeenschap. Zo wordt een in onze ogen eenvoudige tamtam plots een verbinding tussen het Oude en het Nieuwe Testament met als middenstuk het lichaam van Christus dat voorzien is van de littekens van zijn geselingen (de koorden die rond het slaginstrument gespannen zijn). Het zijn echter vooral de muurtekeningen die de aandacht trekken. Doordat menige Ethiopiër ongeletterd was, werden de hoofdstukken van Jezus’ lijdensweg en de heilige mirakels op grote vellen geitenleer geschilderd en op de wanden bevestigd, als het ware een reusachtig stripverhaal. Voor de verf werd gebruik gemaakt van natuurlijke verfstoffen, zwart uit houtskool, donkergroen uit rivieralgen, rood uit dahlia’s, etc.
Deze schilderijen zien we ook veelvuldig terugkomen in de rotskerken van Lalibela, die deel uitmaken van het UNESCO Werelderfgoed en de stad tot een van de grootste religieus historische sites ter wereld maken. Hoewel de meningen verschillen over het aantal (voor sommigen is er 1 kerk die dubbel telt, wat 11 kerken zou maken), telt deze geïsoleerde stad die op 2.630 meter hoogte en op 30 minuten vliegen van Bahar Dar ligt, 10 prachtige eeuwenoude kerken die binnen een tijdsspanne van 23 jaar werden gebouwd door koning Lalibela als antwoord op het Israëlische Jeruzalem. De kerken kunnen opgedeeld worden in 3 types: de monolitische, die volledig uitgehouwen zijn uit het omringende gebergte, de semi-monolitische, waarvan het hoofdgedeelte nog verbonden is met de rots en de grotkerken, waarvan alleen de ingang zichtbaar is. Het is niet voor niets dat de stad vaak het Afrikaanse ‘Petra’ wordt genoemd en het is nog maar eens een prachtig staaltje van het respect waarmee het Ethiopische volk met de natuur omgaat.
Als ik ’s avonds van op mijn balkon in het Mountain View Hotel uitkijk over de uigestrekte vallei waarin buizerds en haviken vechten om hun prooi en een Afrikaans lied weerklinkt vanachter de heuvels, verzucht ik dat het misschien niet aan ons is om de Ethiopiërs iets bij te brengen over de zogenaamde beschaving met haar zware industrie, massaproductie en overconsumptie. Het is eerder aan hen om ons te leren wat we vergeten zijn.
Ernaartoe. Amazing Journeys, specialist in bijzondere reizen, biedt rondreizen waarbij je uitgebreid kennismaakt met zowel de fascinerende stammen in het zuiden, als de eeuwenoude cultuur in het noorden. Indien je liever privé reist, stelt Amazing Journeys uw reis naar Ethiopië à la carte samen, waarbij je in het gezelschap van een Engelstalige gids het land verkent.
Info:
Travel Tip te Herenthout - 014 50 20 50 - info@traveltip.be
Riviera Reizen te Hamme - 052 47 96 94 - info@rivierareizen.be
Archeon Travel te Meise - 02 270 30 10 - info@archeontravel.be of surf naar www.amazingjourneys.be.
Schrijf nu in voor onze nieuwsbrief